Goulash, de nationale schotel van Hongarije, een heerlijke stoofpot van rundvlees, paprika en aardappel. Het is even wat werk, maar je kan er zeker 2 dagen heerlijk van eten.

Aangezien goulash oorspronkelijk in een grote ketel (bogrács) boven een houtvuur word gemaakt houden we deze traditie in ere door het op de braai te maken. Lekker lang stoven boven een zinderend heet bed van gloeiende kolen.
Zeg je Hongarije dan zeg je paprika, dus ook in de goulash zit lekker veel paprika. Wat je er verder in doet mag je zelf weten, kijk wat je nog in de groentela kan vinden en gebruik dit.

Hongaarse goulash

Ingrediënten

Bereidingswijze

  1. Snij de riblappen in kleine stukken, snipper de ui en knoflook.

  2. Fruit de ui en knoflook in een flinke stoofpan met een ferme scheut olie (olijfolie of zonnebloemolie, wat jij wil).
    Voeg de riblappen toe en bak deze aan.

  3. Wanneer het vlees mooi bruin is geworden kun je het water met de bouillonblokjes toevoegen.

  4. Breng het geheel aan de kook en voeg de smaakmakers toe. Als je de rub die ik gebruikt hebt niet in huis hebt, kun je deze vervangen door paprikapoeder, tijm, karweizaad, peper en zout.

  5. Laat de pot nu lekker pruttelen, minstens 2 uur.
    Af en toe roeren en de smaak in de gaten houden. Stuur waar nodig bij met smaak en water/bouillon.

  6. In het laatste half uur voeg je de tomaat, paprika, wortel en aardappelen toe. De groente mag wat kanger koken, maar probeer te voorkomen dat je de aardappelen tot pulp kookt.

  7. Serveer de goulash met stokbrood en verse kruidenboter.

Note

De verhoudingen van de ingredienten kun je natuurlijk helemaal zelf bepalen, ik ga altijd uit van de hoeveelheid vlees.
Één kilo riblappen is voldoende voor een pot voor 4 personen (en met wat geluk houd je nog wat over voor de volgende dag). Op deze hoeveelheid vlees gebruik ik een halve kilo aardappelen en circa 1 liter water (met 2 bouillonblokjes). Afhankelijk van de grootte van de uien, een stuk of 4. De rest gewoon lekker naar eigen smaak en inzicht toevoegen.